Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Nadere regels

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

1.. Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen. 2.. Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op: het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen; het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen; ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding (inclusief het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen) en opruiming van kabels en/of leidingen; de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel