1.
De fracties in de gemeenteraad hebben jaarlijks op grond van deze verordening aanspraak op een vergoeding per fractie en per fractielid.
2.
De vergoeding wordt bij wijze van voorschot verstrekt door overmaking op een ten name van de desbetreffende fractie gestelde bankrekening.
3.
De verstrekking van de in artikel 1 genoemde vergoedingen - in de vorm van een voorschot - vindt per kalenderjaar plaats in twee gelijke termijnen op basis van het aantal raadsfracties en het aantal tot de raadsfracties behorende raadsleden op 1 januari en 1 juli van het betreffende kalenderjaar, waarop de vergoedingen betrekking hebben, waarbij tijdelijke vacatures worden meegeteld, behoudens het gestelde in artikel 5.
4.
In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden ontvangt een fractie een deel van de vergoeding, namelijk voor de maand januari van dat jaar tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. Een fractie die na de verkiezingen in de raad komt, ontvangt een deel van de vergoeding, namelijk voor de maanden na de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden tot en met de maand december van dat jaar.
5.
Na vaststelling van de bedragen, bedoeld in artikel 8, kan een nog te verstrekken voorschot worden verrekend met een teveel aan ontvangen voorschotten.