Naar hoofdinhoud
1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht alsmede de aard van de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole benoemt de raad een controle commissie. De controle commissie bestaat uit 5 leden van de raad en wordt ondersteund door de griffie, het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie. 4.. De controle commissie heeft tot taak om, indien van toepassing, de raad te adviseren over het gestelde in artikel 2, lid 4. Daarnaast draagt de commissie zorg voor een periodiek overleg. 5.. De accountantscontrole wordt uitgevoerd conform algemeen aanvaarde grondslagen van de accountantscontrole.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel