Wanneer de professional oordeelt dat mogelijk een interventieniveau hoger dan 4 noodzakelijk is, roept de professional de benodigde deskundigheid in.
Het inroepen van deskundigheid kan bestaan uit het consulteren van een deskundige en/of het organiseren van een of meerdere gesprekken met deskundige(n) samen met de jeugdige of zijn ouders.
Wanneer besloten wordt een interventieniveau 5 of hoger in te zetten, wordt
een verwijsformulier als bedoeld in artikel 7 lid 2 en 3 ingevuld;
het besluit vastgelegd in een beschikking.
Als aanvraag kan worden aangemerkt:
Een door de jeugdige of zijn ouders ondertekend verwijsformulier als bedoeld in artikel 1 onder f juncto artikel 7 lid 3;
Een door de jeugdige of zijn ouders ondertekend verslag, als bedoeld in artikel 6.
Wanneer de professional overweegt een besluit te nemen dat de veiligheid van een kind betreft, is de professional verplicht:
een gedragswetenschapper bij de overweging te betrekken;
de overwegingen die leiden tot het besluit vast te leggen;
Het betreft in ieder geval besluiten betreffende:
Een signaal over een bedreiging van de veiligheid van een kind, afkomstig van een derde of van het kind zelf;
Interventie(s) om de bedreiging van de veiligheid van het kind op te heffen;
Een verzoek tot een maatregel van kinderbescherming;
Een aanvraag tot een (machtiging) uithuisplaatsing;
Een terugplaatsing van een uit huis geplaatst kind; en
De beëindigingen van de bemoeienis met kind en gezin.