In deze verordening wordt verstaan onder
a.
wet:
de Destructiewet;
b.
aangifteplichtige:
degene die als houder of eigenaar van destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is aangifte te doen;
c.
destructiemateriaal:
dode gezelschapsdieren en het krachtens artikel 2, tweede lid, van de wet aangewezen dierlijk afval;
d.
gezelschapsdieren:
andere dieren dan slachtdieren, welke niet zijn bestemd of worden gehouden voor dierlijke of andere productie, en door de mens in of rond het huis worden gehouden en verzorgd.