De belanghebbende moet aantonen dat de tegemoetkoming gebruikt is voor uitgaven aan zijn kinderen op het culturele, maatschappelijke of sportieve vlak. Te denken valt aan: schoolreisjes, excursies, schoolavondjes, bezoek aan een museum, bezoek van concerten, deelname aan muziekevenementen, sportkleding en het lidmaatschap van een sport- of muziekvereniging.
De belanghebbende moet de bewijzen van deze uitgaven gedurende twee jaar bewaren, gerekend vanaf 1 januari volgend op het jaar van uitgave. Indien men in onvoldoende mate aan de verplichtingen voldoet kan de gemeente overgaan tot terugvordering van de tegemoetkoming.