Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begrippen

Onderdeel van Verordening scholieren gemeente Zwolle 2015

In deze verordening wordt verstaan onder: Wet: Participatiewet Belanghebbende: de persoon die ten behoeve van zichzelf, zijn partner en of één of meerdere kinderen een voorziening in het kader van deze verordening verzoekt. Partner: de persoon die al of niet gehuwd met de belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Brugklasser: het ten laste komende eigen kind of stiefkind dat voor het eerst voortgezet onderwijs gaat volgen. Scholier: het eigen kind of stiefkind dat op het zelfde adres als de belanghebbende staat ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie personen van de gemeente Zwolle; en ten laste van de belanghebbende of diens partner komt, dat wil zeggen het kind voor wie de belanghebbende of diens partner aanspraak op kinderbijslag kan maken; en. voortgezet onderwijs of eerstejaar of tweedejaar middelbaar beroepsonderwijs volgt; Inkomen: het inkomen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 31,32 en 33 van de wet verminderd met de ontvangen vakantietoeslag. Tot het inkomen wordt ook gerekend de bijstand voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals genoemd in artikel 5 onder b van de wet. Bij een gehuwde wordt uitgegaan van de som van het inkomen van belanghebbende en zijn partner. Peilmaand: de maand april van het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. Norm: bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, zoals bedoeld in artikel 5 onder b van de wet maar verminderd met de in de wet geldende vakantietoeslag; vermogen: het vermogen van belanghebbende zoals bedoeld in artikel 34 van de wet. Bij een gehuwde wordt uitgegaan van de som van het vermogen van belanghebbende en zijn partner.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel