Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › HOOFDSTUK 3

Artikel 3.12

INTREKKING VERGUNNING

Onderdeel van Drank- en Horecaverordening 2008

1.. Een krachtens deze verordening verleende vergunning wordt ingetrokken indien: de ter zijner verkrijging verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als op de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; niet langer wordt voldaan aan de ingevolge de artikelen 3.5 en 3.6 geldende eisen; een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning betrekking heeft; zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid; de vergunninghouder in het in artikel 3.11 bedoelde geval geen melding als in dat artikel heeft gedaan; in de lokaliteit alcoholhoudende drank aanwezig is. 2.. Een krachtens deze verordening verleende vergunning kan worden ingetrokken indien: is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, bedoeld in artikel 3.7; door de in de inrichting wonende echtgenoot of een aldaar wonend kind van een leidinggevende van de inrichting niet langer wordt voldaan aan dezelfde eis, die ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder b, te dien aanzien voor de leidinggevenden geldt. 2.. Een krachtens deze verordening verleende vergunning kan worden ingetrokken indien: is gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen, bedoeld in artikel 3.7; door de in de inrichting wonende echtgenoot of een aldaar wonend kind van een leidinggevende van de inrichting niet langer wordt voldaan aan dezelfde eis, die ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder b, te dien aanzien voor de leidinggevenden geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel