**1..** Een krachtens deze verordening verleende vergunning wordt
ingetrokken indien:
de ter zijner verkrijging verstrekte gegevens zodanig
onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een
andere beslissing zou zijn genomen als op de beoordeling
daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren
geweest;
niet langer wordt voldaan aan de ingevolge de artikelen
3.5 en 3.6 geldende eisen;
een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is
geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de
vergunning betrekking heeft;
zich in de betrokken inrichting feiten hebben
voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht
blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de
openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
de vergunninghouder in het in artikel 3.11 bedoelde
geval geen melding als in dat artikel heeft gedaan;
in de lokaliteit alcoholhoudende drank aanwezig is.
**2..** Een krachtens deze verordening verleende vergunning kan worden
ingetrokken indien:
is gehandeld in strijd met de aan de vergunning
verbonden voorschriften of beperkingen, bedoeld in
artikel 3.7;
door de in de inrichting wonende echtgenoot of een
aldaar wonend kind van een leidinggevende van de
inrichting niet langer wordt voldaan aan dezelfde eis,
die ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder b, te dien
aanzien voor de leidinggevenden geldt.
**2..** Een krachtens deze verordening verleende vergunning kan worden
ingetrokken indien:
is gehandeld in strijd met de aan de vergunning
verbonden voorschriften of beperkingen, bedoeld in
artikel 3.7;
door de in de inrichting wonende echtgenoot of een
aldaar wonend kind van een leidinggevende van de
inrichting niet langer wordt voldaan aan dezelfde eis,
die ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder b, te dien
aanzien voor de leidinggevenden geldt.