Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › HOOFDSTUK 3

Artikel 3.8

WEIGERINGSGRONDEN

Onderdeel van Drank- en Horecaverordening 2008

1.. De vergunning wordt geweigerd, indien: niet wordt voldaan aan de in artikel 3.5 en/of 3.6 gestelde eisen; redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 2.. De vergunning kan worden geweigerd, indien door de in de inrichting wonende echtgenoot of een aldaar wonend kind van een leidinggevende van de inrichting niet wordt voldaan aan dezelfde eis, die ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder b, te dien aanzien voorde leidinggevende geldt. 3.. Een vergunning ten aanzien van een inrichting, waarvan de vergunning op grand van artikel 3.10, eerste lid, onder d, is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel