**1..** De vergunning wordt geweigerd, indien:
niet wordt voldaan aan de in artikel 3.5 en/of 3.6
gestelde eisen;
redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke
toestand niet met het in de aanvraag vermelde in
overeenstemming zal zijn.
**2..** De vergunning kan worden geweigerd, indien door de in de
inrichting wonende echtgenoot of een aldaar wonend kind van een
leidinggevende van de inrichting niet wordt voldaan aan dezelfde
eis, die ingevolge artikel 3.5, tweede lid, onder b, te dien
aanzien voorde leidinggevende geldt.
**3..** Een vergunning ten aanzien van een inrichting, waarvan de
vergunning op grand van artikel 3.10, eerste lid, onder d, is
ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde
termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd.
Hoofdstuk › HOOFDSTUK 3
Artikel 3.8
WEIGERINGSGRONDEN
Onderdeel van Drank- en Horecaverordening 2008