Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Ondermandaat aan teamleiders

Onderdeel van Mandaatregeling personele zaken 2015

1.. De bevoegdheden in artikel 1 zijn ondergemandateerd aan de directeuren voor het nemen van besluiten ten aanzien van de aan hen toegewezen teamleiders en aan teamleiders voor het nemen van besluiten ten aanzien van de in hun team werkzame medewerkers. 2.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden de volgende beslissingen niet gemandateerd: Het vaststellen van de waardering van functies Het vaststellen van functieprofielen Besluiten in het kader van disciplinaire maatregelen Besluiten in het kader van strafontslag Het beslissen op de structurele vermeerdering van de arbeidsduur boven de formatie 3.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden de volgende bevoegdheden gemandateerd onder de voorwaarde dat door de directeur, onder wiens domein het betreffende team valt, vooraf is ingestemd met het jaarlijkse totaaloverzicht van alle verzoeken voor de teams binnen zijn domein: Het beslissen op een verzoek om overschrijving van niet genoten verlof naar een volgend jaar, voorzover dit het toegestane maximum overschrijdt; Het beslissen op een verzoek om overschrijving van verlof om redenen van dienstbelang; Het beslissen over de aan- en verkoop van verlofuren. 4.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden de volgende bevoegdheden gemandateerd aan de directeur in wiens domein de medewerker werkzaam is: - het beslissen inzake een persoonlijke toelage; - het incidenteel afwijken van vastgesteld beleid en nadere regelingen op basis van de Arbeidsvoorwaardenregeling. 5.. De bijlage P & O mandaten (o.b.v. AVR) is bijgevoegd ter verduidelijking. Daar waar tegenstrijdigheid bestaat tussen de bijlage en de tekst van dit mandaatbesluit, prevaleert de tekst van het mandaatbesluit 6.. Onder-ondermandaat is niet toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel