Naast de mogelijkheid het basisverlof te verhogen op grond van artikel 3:2:1 lid 3, 4a:2 lid 2, 6:2 lid 2 en 6:2:1 lid 4 van de CAR/UWO, wordt het basis vakantieverlof verhoogd afhankelijk van de bereikte leeftijd van de medewerker in het betreffende kalenderjaar.
Voor de medewerker van 18 jaar en jonger, 19 en 20 jaar, wordt het in artikel 3 bedoelde vakantieverlof verhoogd met respectievelijk 21,6 uren, 14,4 uren en 7,2 uren.
Voor de hierna genoemde medewerkers wordt het aantal vakantie-uren als bedoeld in artikel 3 verhoogd met het daarachter vermelde aantal vakantie-uren:
medewerkers in de leeftijd van 30 t/m 34 jaar
7,2 uren;
medewerkers in de leeftijd van 35 t/m 39 jaar
14,4 uren;
medewerkers in de leeftijd van 40 t/m 44 jaar
21,6 uren;
medewerkers in de leeftijd van 45 t/m 49 jaar
28,8 uren;
medewerkers in de leeftijd van 50 t/m 54 jaar
36,0 uren;
medewerkers in de leeftijd van 55 jaar en ouder
43,2 uren.
Voor medewerkers die op of na 1 april 1997 bij de gemeente Rhenen een betrekking aanvaarden in de zin van de CAR wordt het aantal vakantie-uren als bedoeld in artikel 3 als volgt verhoogd:
medewerkers in de leeftijd van 30 t/m 34 jaar
7,2 uren;
medewerkers in de leeftijd van 35 t/m 39 jaar
14,4 uren;
medewerkers in de leeftijd van 40 t/m 44 jaar
21,6 uren;
medewerkers in de leeftijd van 45 t/m 49 jaar
28,8 uren;
medewerkers in de leeftijd van 50 t/m 54 jaar
28,8 uren;
medewerkers in de leeftijd van 55 jaar en ouder
28,8 uren.
Voor deeltijdmedewerkers geldt een aantal uren naar rato van de deeltijdfactor.
Verlof als bedoeld in lid 1 tot en met 3 van dit artikel wordt verleend met ingang van 1 januari van het jaar waarin de vereiste leeftijd wordt bereikt.
Hoofdstuk
Artikel 4
Verhoging basis vakantieverlof
Onderdeel van Vakantieverlofregeling gemeente Rhenen