**1..** In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smart-, head- of growshop;
exploitant: degene die een inrichting exploiteert;
leidinggevende: degene die algemene en/of onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting.
**2..** In deze paragraaf wordt onder bezoeker niet verstaan:
de gezinsleden van de exploitant alsmede diens elders wonende bloed- en aan verwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;
het aantoonbaar dienstdoend personeel.
Hoofdstuk 2 › AFDELING 10A
Artikel 2:40A
Begripsbepaling
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Terneuzen 2015