Het verbod, als vermeld in artikel 4:18, geldt niet:
voor het plaatsen van één of enkele kampeermiddelen voor eigen gebruik voor perioden van maximaal twee weken door de rechthebbende op een terrein;
voor het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van het kamperen door groepen, uitgaande van een vereniging of andere organisatie met een doelstelling van sociale, culturele, sportieve, educatieve of wetenschappelijke aard, gedurende een periode van maximaal twee weken indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
er toestemming is van de rechthebbende op het terrein;
er voldoende verlichting is op het terrein;
er voldoende begeleiding aanwezig is;
geen geluidsoverlast wordt veroorzaakt;
geen schade wordt toegebracht aan de flora en fauna op het terrein;
in verband met brandpreventie tussen de kampeermiddelen of een groepje van kampeermiddelen een ruimte wordt vrij gehouden van minstens 5 meter;
er verspreid over het terrein zichtbaar voldoende handbrandblusapparaten aanwezig zijn met een minimale inhoud van 7 kg, die voor direct gebruik be-schikbaar zijn;
de brandweer en politie tijdig van de activiteiten in kennis worden gesteld en eventuele aanwijzingen hunnerzijds onmiddellijk worden opgevolgd, evenals de aanwijzingen van gemeentelijke toezichthouders;
er voldoende sanitaire voorzieningen aanwezig zijn;
na afloop het terrein in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht en schoongemaakt;
al de redelijkerwijs mogelijke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden schade lijden als gevolg van het gebruik van het terrein;
voor het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van kamperen tijdens het bijwonen van een evenement, indien dit een onderdeel is van het evenement en als zodanig op de venementenvergunning is aangegeven;
voor het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van het kamperen op zogenaamde ‘paalkampeerterreinen’ van Staatsbosbeheer;
voor het plaatsen van kampeerauto’s ten behoeve van het kamperen daarin op plaatsen die daarvoor door het college zijn aangewezen, indien de kampeerauto niet langer dan 24 uur op die locatie aanwezig is;
voor het plaatsen van kampeermiddelen tijdens het nachtvissen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
er geen schade wordt toegebracht aan de flora en fauna;
er geen geluidsoverlast wordt veroorzaak of van drankmisbruik sprake is;
een kampvuren worden aangelegd;
afval in het kampeermiddel wordt bewaard en na afloop niet wordt achtergelaten.
Hoofdstuk 4 › AFDELING 5
Artikel 4:19
Uitzonderingsbepaling
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING TERNEUZEN 2015