**1..** Als de belanghebbende naar het oordeel van het college zich heeft gedragen zoals bedoeld in artikel 20, eerste lid IOAW of artikel 20, tweede lid IOAZ, dan wel de in hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, wordt de uitkering overeenkomstig deze verordening bij wijze van afstemming verlaagd.
**2..** De uitkering wordt eveneens afgestemd indien de belanghebbende zich ernstig misdraagt jegens het college onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ.
**3..** De verlaging van de uitkering wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.