Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Benoeming en zittingsduur

Onderdeel van Verordening Jeugdraad Bergen op Zoom

1.. De benoeming van de leden van het dagelijks bestuur geschiedt voor de duur van de zittingsperiode van de jeugdraad, en gaat in op het moment waarop deze wordt aanvaard. 2.. De benoeming van het dagelijks bestuur geschiedt door het college op voordracht van de jeugdraad. 3.. De zittingsperiode van de jeugdraad is twee jaar. De eerste zittingsperiode eindigt op 1 november 2003. 4.. Een lid van het dagelijks bestuur kan slechts twee opeenvolgende periodes zitting hebben. Bij de overgang naar de volgende zittingsperiode kunnen maximaal 10 leden van het dagelijks bestuur worden herbenoemd. 5.. Voor degene die ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats tot lid van het dagelijks bestuur wordt benoemd, geschiedt deze benoeming voor de duur van het restant van de lopende zittingsperiode van de jeugdraad. 6.. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag vragen. Het lid, aan wie op diens verzoek tussentijds ontslag wordt verleend, zal gevraagd worden deel uit te blijven maken van de jeugdraad totdat het opvolgende lid de benoeming aanvaard. 7.. Het college van burgemeester en wethouders kan om hem moverende redenen, de jeugdraad gehoord, te allen tijde uit eigener beweging met onmiddellijke ingang aan een lid ongevraagd ontslag verlenen. 8.. Voor de benoeming van een lid in een tussentijdse opengevallen plaats is de in artikel 3 vastgelegde procedure van toepassing. 9.. Indien er sprake is van het tussentijds openvallen van de functie binnen het dagelijks bestuur, kiezen de andere leden van het dagelijks bestuur zo spoedig mogelijk een vervanger uit de overige leden. De vice-voorzitter, zoals bedoeld in artikel 4, vervult, tot het moment van benoeming van de nieuwe voorzitter door het college, tijdelijk de functie van voorzitter. 10.. Het lidmaatschap van de jeugdraad eindigt: door beëindiging van de zittingsperiode van de jeugdraad; door overlijden; door tussentijds ontslag als bedoeld in het zesde of zevende lid van dit artikel; door het aanvaarden van een onverenigbare functie als genoemd in artikel 3, vierde lid; door het niet langer meer voldoen aan de in artikel 3, tweede lid genoemde benoembaarheidseisen, met dien verstande dat indien een lid van het dagelijks bestuur de leeftijd van 23 jaar bereikt heeft, zal gevraagd worden deel uit te blijven maken van de jeugdraad tot de beëindiging van de zittingsperiode. 11.. Wanneer een lid komt te verkeren in de omstandigheid dat deze niet langer meer voldoet aan de benoembaarheidseisen, of een met het lidmaatschap onverenigbare functie heeft aanvaard, geeft dat lid daarvan onverwijld schriftelijk kennis aan: het college van burgemeester en wethouders; de jeugdraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel