In deze verordening wordt verstaan onder:
benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot
een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
voorziening in het bestaan;
bijstandsnorm:
1° toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5,
onderdeel c, van de Participatiewet, of
2° grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 5 van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen voor zover sprake is van een uitkering op
grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen;
uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of
een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen.