Indien het college de bijstand, uitkering IOAW of uitkering IOAZ
overeenkomstig artikel 8, 9, 10 lid 2, 12 lid a tot en met d, en 14
heeft verlaagd, kan het college op verzoek van de belanghebbende ten
aanzien van wie de maatregel is opgelegd, de verlaging herzien zodra uit
de houding en gedragingen van de belanghebbende ondubbelzinnig is
gebleken dat hij de verplichtingen, bedoeld in artikel 6, 7, 10 lid 1,
en 12 nakomt.