**1..** De benoeming van de leden en de voorzitter geschiedt voor de duur van de zittingsperiode van de adviesraad, en gaat in op het moment waarop deze wordt aanvaard.
**2..** De zittingsperiode van de adviesraad is drie jaar. De eerste zittingsperiode eindigt op 1 januari 2005.
**3..** Een lid, dan wel de voorzitter, kan slechts drie opeenvolgende periodes zitting hebben. Bij de overgang naar de volgende zittingsperiode kunnen maximaal 7 leden worden herbenoemd.
**4..** Voor degene die ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats tot lid wordt benoemd, geschiedt deze benoeming voor de duur van het restant van de lopende zittingsperiode van de adviesraad.
**5..** Een lid, dan wel de voorzitter, kan te allen tijde ontslag vragen. Het lid, aan wie op diens verzoek tussentijds ontslag wordt verleend, zal gevraagd worden deel uit te blijven maken van de adviesraad totdat het opvolgende lid de benoeming aanvaard.
**6..** Het college van burgemeester en wethouders kan om hem moverende redenen, de adviesraad gehoord, te allen tijde uit eigener beweging met onmiddellijke ingang aan een lid, dan wel de voorzitter, ongevraagd ontslag verlenen.
**7..** Voor de benoeming van een lid in een tussentijdse opengevallen plaats is de in artikel 3 vastgelegde procedure van toepassing.
**8..** Indien er sprake is van het tussentijds openvallen van de functie van voorzitter, benoemt het college van burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk een nieuwe voorzitter. De vice-voorzitter, zoals bedoeld in artikel 4, vervult, tot het moment van benoeming van de nieuwe voorzitter door het college, tijdelijk de functie van voorzitter.
**9..** Het lidmaatschap van de adviesraad eindigt:
door beëindiging van de zittingsperiode van de adviesraad;
door overlijden;
door tussentijds ontslag als bedoeld in het vijfde of zesde lid van dit artikel;
door het aanvaarden van een onverenigbare functie als genoemd in artikel 3, zesde lid;
door het niet langer meer voldoen aan de in artikel 3, tweede lid genoemde benoembaarheidseisen.
**10..** Wanneer een lid komt te verkeren in de omstandigheid dat deze niet langer meer voldoet aan de benoembaarheidseisen, of een met het lidmaatschap onverenigbare functie heeft aanvaard, geeft dat lid daarvan onverwijld schriftelijk kennis aan:
het college van burgemeester en wethouders;
de adviesraad.