De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 9 en 10, wordt vastgesteld op:
5 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
30 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Wijdemeren 2015