Voor de toepassing van deze verordening wordt:
onder gemeentelijk riolering verstaan: het gemeentelijk rioolstelsel van vrijverval riool en drukriool met inbegrip van de daartoe behorende persleidingen, rioolgemalen, pompputten en andere openbare werken en installaties van overeenkomstige aard en het voor de openbare dienst bestemde gemeentelijk oppervlakte water;
onder eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak;
onder aansluiting van een eigendom verstaan het maken van een aanboring op en het leggen door de gemeente van een buisleiding c.q. buisleidingen van het in de openbare weg aanwezige afvoerstelsel (gemeentelijk hoofdriool) tot aan het eigendom (perceelsgrens) ten behoeve waarvan de aansluiting geschiedt, ertoe dienende om voor dat eigendom een directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk te maken. De aansluiting behoort hiermee toe aan en valt onder verantwoordelijkheid van het eigendom ten behoeve waarvan de aansluiting geschiedt.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering voor het tot stand brengen van een rioolaansluiting