Naar hoofdinhoud
1.. Een vergunning kan worden ingetrokken als: de in artikel 5 bedoelde belangen daartoe aanleiding geven; de vergunninghouder handelt in strijd met het bij of krachtens deze verordening bepaalde; wanneer bij herhaling is geconstateerd, door de in artikel 18 genoemde ambtenaren, dat standplaats wordt ingenomen of wordt gevent in afwijking van de door het college verleende vergunning. 2.. een vergunning kan voorts worden ingetrokken: op verzoek van de standplaatshouder casu quo venter; bij overlijden van de standplaatshouder casu quo de venter, tenzij binnen twee maanden door de rechtverkrijgende onder algemene titel is aangegeven dat de standplaats casu quo de ventvergunning op diens naam moet worden overgeschreven en op voorwaarde dat, voor zover van toepassing, wordt voldaan aan alle overige bepalingen inzake de Vestigingswetgeving; indien gedurende een periode van 3 maanden, anders dan wegens overmacht, geen of nagenoeg geen daadwerkelijk gebruik is gemaakt van de vergunning; indien de rechthebbende niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor het gebruik van de standplaats voldoet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel