**1..** Als in meerdere gebouwen leegstand aanwezig is en het college voornemens is om over te gaan tot vordering van leegstand in een lesgebouw of gymnastiekruimte wordt de leegstand gevorderd in overleg met de bevoegde gezagsorganen waarvan de leegstand gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in artikel 8.
**2..** Als er in het overleg geen overeenstemming wordt bereikt, van welk gebouw de leegstand wordt gevorderd beslist het college.
Daarbij hanteert het college de volgende volgorde en wordt:
**a..** als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst is gelegen bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt;
**b..** vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag,
**c..** vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde richting is gehuisvest, tenzij uit een oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt.
**3..** Binnen vier weken nadat het programma als bedoeld in artikel 9 is vastgesteld, doet het college schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de vordering te hebben.
**4..** Als het college voornemens is om over te gaan tot vordering in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 17, voert het college daarover zo spoedig mogelijk overleg met het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd.
**5..** Binnen een week na afloop van het overleg als bedoeld in het vorige lid, doet het college schriftelijk mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan
gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de vordering te hebben.
**6..** De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in de tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:
**a..** de naam van de school en het bevoegd gezag ten behoeve waarvan wordt gevorderd;
**b..** een aanduiding van het aantal leerlingen ten behoeve waarvan gevorderd wordt of, als het betreft het onderwijs in lichamelijke oefening, het aantal klokuren dat gevorderd wordt;
**c..** een aanduiding van het gebouw
waarop de vordering betrekking heeft;
**d..** een aanduiding van het aantal en het type ruimten dat gevorderd wordt;
**e..** de periode waarvoor gevorderd wordt en de ingangsdatum van het medegebruik.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 26.
Volgorde van vorderen; overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2015