In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
onder:
Algemene voorziening:
Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder
voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
persoonskenmerken en mogelijkheden van de
gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op
maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp.
Collectieve voorzieningen:
Aanbod van diensten of activiteiten dat bedoeld is
voor een groep mensen met specifieke kenmerken en
hiervoor makkelijk toegankelijk is en dat is gericht
op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp.
Onder de collectieve voorziening valt ook een
overige voorziening in de zin van art. 2.8 Jeugdwet.
Individuele voorziening:
Aanbod van diensten, hulpmiddelen of activiteiten
dat, alleen na zorgvuldig onderzoek naar de
behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de
gebruikers, middels een beschikking toegankelijk is
en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning
of jeugdhulp. Onder de individuele voorziening valt
ook de maatwerkvoorziening in de zin van de Wmo.
Financiële tegemoetkoming:
Een individuele voorziening in de vorm van een
geldbedrag dat wordt ingezet om kosten gedeeltelijk
te vergoeden.
Jeugdwet:
Wet van 1 maart 2014 inzake regels over de
gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie,
ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en
ouders[1] bij opgroei- en opvoedingsproblemen,
psychische problemen en stoornissen.
Maatwerkarrangement:
Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden
van de cliënt, het huishouden en het netwerk
afgestemd geheel van diensten of activiteiten.
Ondersteuningsplan:
Het ondersteuningsplan is een document waarin
staat:
een beschrijving van de situatie van de cliënt, het
huishouden en het netwerk;een beschrijving van de
krachten, de zorgen, de wensen en behoeften van de
cliënt, het huishouden en het netwerk; de te behalen
doelen (resultaten) op alle leefgebieden van de
cliënt en het huishouden; en welke ondersteuning,
zorg en jeugdhulp daarbij nodig is.
Onder dit begrip valt ook het familiegroepsplan
zoals bedoeld in artikel 4.1.2 van de Jeugdwet.
PGB:
Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1
van de Jeugdwet en artikel 1.1.1 van de Wmo, zijnde
een door het college verstrekt budget aan een
cliënt[2], dat de cliënt in staat stelt de
maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp die tot
de individuele voorziening behoort, van derden te
betrekken.
(Wettelijk) voorliggende voorziening:
Een voorziening anders dan in het kader van de
Jeugdwet of Wmo, op het gebied van zorg, onderwijs
of werk en inkomen.
Wmo:
Wet van 8 juli 2014 inzake regels over de
gemeentelijke ondersteuning op het gebied van
zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en
opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning
2015).
[1] Daar waar “ouders” staat, mag verzorger(s) worden
gelezen.
[2] In de verordening wordt onder cliënt ook verstaan: de
jeugdige of zijn ouders.