De individuele voorziening wordt verstrekt wanneer deze een
passende bijdrage levert aan het verminderen, wegnemen of
voorkomen van verergering van de beperkingen of problemen op het
gebied van:
De zelfredzaamheid van de cliënt;
De participatie van de cliënt;
De behoefte aan beschermd wonen of opvang; of
Het gezond en veilig opgroeien en het groeien naar
zelfstandigheid.
De individuele voorziening wordt alleen dan verstrekt, wanneer
de cliënt naar het oordeel van het college de beperkingen of
problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met
mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale
netwerk dan wel met gebruikmaking van voorliggende, algemene of
collectieve voorzieningen kan verminderen, wegnemen of
verergering kan voorkomen.
Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het
college de best passende goedkoopste voorziening.
Hoofdstuk
Artikel 8.
Resultaten van ondersteuning, zorg en jeugdhulp
Onderdeel van Verordening WMO & Jeugdhulp