Het college kan een cliënt een bijdrage in de kosten voor een individuele voorziening opleggen.
De kostprijs van een individuele voorziening is maximaal gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de individuele voorziening afneemt van een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de bijkomende kosten.
De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het bedrag van het persoonsgebonden budget.
Het college kan bij nadere regeling bepalen dat voor algemene en collectieve voorzieningen een korting mogelijk is.
Indien een individuele voorziening wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt en er een eigen bijdrage wordt opgelegd, dan is deze verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Het college bepaalt bij nadere regeling door welke instantie een bijdrage voor opvang zoals bedoeld in artikel 2.1.4 lid 7 Wmo wordt vastgesteld en geïnd.
Hoofdstuk
Artikel 12.
Regels voor bijdrage in de kosten van individuele WMO-voorzieningen
Onderdeel van Verordening WMO & Jeugdhulp gemeente Vlissingen 2017