De individuele voorziening wordt verstrekt wanneer deze een passende bijdrage levert aan het verminderen, wegnemen of voorkomen van verergering van de beperkingen of problemen op het gebied van:
De zelfredzaamheid van de cliënt;
De participatie van de cliënt;
De behoefte aan beschermd wonen of opvang; of
Het gezond en veilig opgroeien en het groeien naar zelfstandigheid.
De individuele voorziening wordt alleen dan verstrekt, wanneer de cliënt naar het oordeel van het college de beperkingen of problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van voorliggende, algemene of collectieve voorzieningen kan verminderen, wegnemen of verergering kan voorkomen.
Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de best passende goedkoopste voorziening.
Hoofdstuk
Artikel 8.
Resultaten van ondersteuning, zorg en jeugdhulp
Onderdeel van Verordening WMO & Jeugdhulp gemeente Vlissingen 2017