Voor de toepassing van deze verordening wordt:
onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen;
onder eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak;
onder aansluiting van een eigendom verstaan:
het leggen door de gemeente van buisleidingen met een maximale lengte van 40 meter vanaf de aanwezige gemeentelijke riolering tot aan het eigendom waarvoor de aansluiting plaatsvindt, om voor dat eigendom een directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk te maken;
het aanleggen door de gemeente van een pompvoorziening op het eigendom waarvoor de aansluiting plaatsvindt, om voor dat eigendom een directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk te maken.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van een eenmalig rioolaansluitrecht 2014