Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 11.

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp Delft 2015

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. 2.. De hoogte van een pgb: a.. wordt bepaald aan de hand van een door de jeugdige en ouders opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b.. is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede voorzieningen en andere maatregelen die tot de individuele voorzieningen behoren, van derden te betrekken en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering en c.. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. 3.. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. 4.. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, onder de hiernavolgende voorwaarden: a.. dat deze persoon voor zijn diensten maximaal het op grond van de Wet langdurige zorg geldende pgb-uurtarief voor hulp van niet-professionele zorgverleners krijgt betaald, en b.. dat deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige voor hem niet tot overbelasting leidt, en dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald. 5.. De Sociale verzekeringsbank verricht de betalingen namens het college, in overeenstemming met artikel 8.1.8 van de wet. 6.. Het college kent geen pgb toe voor zover het is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij het college hier vooraf expliciet toestemming voor verleent. 7.. Geen pgb wordt verstrekt voor de functie vervoer tenzij de jeugdige geen gebruik kan maken van collectief vervoer..

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel