Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Beëindiging van een voorziening, verlaging van de uitkering en terugvordering van kosten

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Arnhem houdende regels omtrent re-integratie Re-integratieverordening

1.. Het college beëindigt een voorziening indien: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2˚, van de wet; de voorziening naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening of de wet worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2.. Indien een persoon die een uitkering op grond van de wet, IOAW of IOAZ ontvangt en gebruik maakt van een voorziening, zijn verplichtingen niet nakomt verlaagt het college de uitkering van die persoon conform hetgeen hierover is bepaald in de van toepassing zijnde maatregelverordening. 3.. Indien een persoon die geen uitkering ontvangt op grond van de wet, IOAW of IOAZ en gebruik maakt van een voorziening, zijn verplichtingen niet nakomt, kan het college de kosten van een voorziening geheel of gedeeltelijk terugvorderen van die persoon. 4.. Het college neemt de besluiten, bedoeld in het eerste lid onder a, het tweede en het derde lid van dit artikel niet: wanneer de daar bedoelde gedragingen van de persoon die deelneemt aan de voorziening niet of slechts in geringe mate verwijtbaar zijn; wanneer het doelmatiger is dat de voorziening wordt gecontinueerd; of wanneer er sprake is van dringende redenen.

Rechtspraak bij dit artikel