**1..** Het college verstrekt ambtshalve over de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2025 telkens per tijdvak van zes respectievelijk 12 maanden een bijverdienbeloning ter stimulering van de arbeidsinschakeling aan een belanghebbende van 18 jaar of ouder die recht heeft op een uitkering op grond van de wet respectievelijk IOAW of IOAZ, en die inkomsten uit arbeid heeft ontvangen.
**2..** Er bestaat geen recht op de bijverdienbeloning zolang de inkomstenvrijlating, bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder n van de wet, artikel 8, tweede lid van de IOAW of artikel 8, derde lid van de IOAZ toegepast wordt ten aanzien van belanghebbende.
**3..** Het in het vorige lid bepaalde geldt niet ten aanzien van personen die op 1 juli 2023 reeds gebruik maken van de inkomstenvrijlating, bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder n van de wet, artikel 8, tweede lid van de IOAW of artikel 8, derde lid van de IOAZ.
**4..** De bijverdienbeloning wordt achteraf vastgesteld over het voorafgaande tijdvak van zes maanden indien belanghebbende een uitkering op grond van de wet ontvangt. Daarbij wordt uitgegaan van de volgende tijdvakken:
eerste tijdvak: juli tot en met december 2023;
tweede tijdvak: januari tot en met juni 2024
derde tijdvak: juli tot en met december 2024
vierde tijdvak: januari tot en met juni 2025.
**5..** De hoogte van de bijverdienbeloning voor een belanghebbende die een uitkering op grond van de wet ontvangt, is afhankelijk van de hoogte van het inkomen in het voorafgaande tijdvak van zes maanden zoals bedoeld in het vorige lid en bedraagt niet meer dan het in artikel 31, lid 2, onder j van de wet genoemde bedrag per jaar.
**6..** De bijverdienbeloning wordt achteraf vastgesteld over het voorafgaande tijdvak van 12 maanden indien belanghebbende een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ ontvangt. Daarbij wordt uitgegaan van de volgende tijdvakken:
eerste tijdvak: juli 2023 tot en met juni 2024;
tweede tijdvak: juli 2024 tot en met juni 2025.
**7..** De hoogte van de bijverdienbeloning voor iemand die een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ ontvangt, is afhankelijk van de hoogte van het inkomen in het voorafgaande tijdvak van 12 maanden zoals bedoeld in het vorige lid en bedraagt niet meer dan het in artikel 2:8, lid 1, onder b van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten genoemde bedrag per jaar.
Hoofdstuk 2
Artikel 13a
Tijdelijke bijverdienbeloning voor de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2025
Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Arnhem 2015