Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

TERMIJN VAN BETALING

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgeld

1.. Het marktgeld voor een vaste plaats moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval: het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen (of als het aanslagbedrag maar één aanslag bevat het bedrag daarvan) niet minder dan € 50,-- bedraagt en de termijnbedragen per termijn niet groter zijn dan € 1.500,-- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog kwartalen in het belastingjaar overblijven, met dien verstande, dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal 2 telt. Het nog resterende gedeelte van een kalenderkwartaal waarin het aanslagbiljet is gedagtekend, wordt voor een geheel kwartaal gerekend. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van het kalenderkwartaal volgende op de dagtekening van het aanslagbiljet, elk van de volgende termijnen vervalt telkens een kwartaal later. 3.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel