Naar hoofdinhoud

Artikel 10.

BETALINGSTERMIJN

Onderdeel van Verordening op de heffing en  invordering van precariobelasting

1.. De aanslag moet worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die, waarin het aanslagbiljet of de nota is gedagtekend. 2.. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval: het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen (of als het aanslagbedrag maar één aanslag bevat het bedrag daarvan) niet minder dan € 50,-- bedraagt en de termijnbedragen per termijn niet groter zijn dan € 1.500,-- en de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, de aanslagen worden betaald in vier termijnen, waarbij de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld; elk van de volgende termijnen vervalt telkens een maand later. 3.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel