Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

VRIJSTELLINGEN

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting

De belasting wordt niet geheven ter zake van aankondigingen: aangebracht in het inpandige gedeelte van een onroerende zaak; betrekking hebbend op het beroep, de dienst of het bedrijf dat in de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden, mits deze aankondigingen per onroerende zaak gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,5 m², geen van alle een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,0 meter, op of aan de onroerende zaak zelf zijn aangebracht en niet verlicht zijn of aangestraald worden; waarmee de naam van de betreffende onroerende zaak wordt aangeduid, mits de tenaamstelling plat tegen of op de gevel is aangebracht, niet specifiek wordt verlicht of aangestraald en niet verwijst naar het gebruik of de functie van de onroerende zaak, noch naar de naam of functie van de eigenaar of gebruiker daarvan; die zijn aangebracht of geplaatst ten behoeve van het geleiden of reguleren van wegverkeer; aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer, voor zover deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer; die door culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen niet-natuurlijke personen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met niet-commerciële doeleinden; van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben, welke aankondigingen worden geacht hun tijdelijke karakter te hebben verloren, wanneer deze gedurende meer dan 9 weken op hetzelfde adres aanwezig zijn; die zodanig zijn opgesteld, geplaatst of aangebracht, dat zij kennelijk niet de bedoeling hebben om vanaf de openbare weg te worden opgemerkt. behoudenswaardige reclame-uiting zonder actueel commercieel doel, mits de aankondiging geen verband houdt met het beroep of bedrijf in het pand waaraan of waarop de reclame is aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel