Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Verordening ex artikel 213 Gemeentewet

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de accountant en een vertegenwoordiger uit de raad, uiterlijk 1 januari 2006 een vertegenwoordiger van de rekenkamer(functie), de portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris en de senior-medewerker financiën.

Rechtspraak bij dit artikel