Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Het opdragen van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening Tegenprestatie Participatiewet Westerveld 2015

1.. Het college kan een belanghebbende met beperkt groeipotentieel en op lange termijn betaalde arbeid of geen groeipotentieel en geen mogelijkheid op betaalde arbeid een tegenprestatie opdragen. 2.. Op basis van de in het beleidsplan Participatiewet vastgelegde uitgangspunten zal het college nadere beleidsregels stellen omtrent de tegenprestatie. 3.. De tegenprestatie is geen vrijblijvende opdracht. 4.. Het college kan in individuele gevallen vrijstelling van de tegenprestatie geven; 5.. Cliënten wordt gevraagd zelf met een voorstel te komen en hebben mede daardoor invloed op de invulling van hun tegenprestatie. 6.. De tegenprestatie moet passend zijn. Dat wil zeggen dat ze aansluit bij het vermogen van de belanghebbende, bij de individuele omstandigheden en de persoonlijke situatie. daarbij kan worden gedacht aan: reistijd, beschikbaarheid kinderopvang, leeftijd, opleiding, achtergrond, persoonlijke kwaliteiten. Vrijwilligerswerk dat al wordt uitgevoerd kan mogelijk als tegenprestatie worden aangemerkt. 7.. Mantelzorg van een bepaalde inhoud en omvang kan gelden als tegenprestatie.

Rechtspraak bij dit artikel