Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 18.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Son en Breugel 2015

Burgers kunnen bij aanvang van de vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit vóór de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en de deelnemers van de vergadering. 6.De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Rechtspraak bij dit artikel