**1..** De commissievoorzitter zendt, via elektronische weg, voor de vergadering de commissieleden een oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken. Hij doet dit op een zodanig tijdstip dat er tussen de verzending en de vergadering ten minste twee weekeinden zitten.
**2..** Voordat de oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast in overleg met de commissiegriffier en (ter coördinatie) de griffier.
**3..** Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de agenda zendt hij, via elektronische weg ten minste vier dagen voordien, de leden van de commissie een ontwerpagenda en biedt hen de gelegenheid tot het plaatsen van op- of aanmerkingen hierbij.
**4..** Als een aanvullende agenda als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt vastgesteld, wordt deze met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering, aan de leden gezonden via elektronische weg.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.
Artikel 7.
Oproep en voorlopige agenda
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Son en Breugel 2015