Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de wet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
tweede categorie:
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in artikel 9, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet;
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet, in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Ioaw of artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Ioaz ;
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening als bedoeld in de artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de Ioaw en de Ioaz, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of niet tot voortijdige beëindiging van die voorziening;
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de Ioaw of de Ioaz niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ioaw of de Ioaz;
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de Ioaw of de Ioaz;
derde categorie:
Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;
het niet of onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening ter bevordering van de mogelijkheden van arbeidsparticipatie, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van die voorziening
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Gedragingen
Onderdeel van Verordening Maatregelen, Bestuurlijke boete en Handhaving Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2015