1. In de beleidsregels als bedoeld in artikel 2:3, tweede lid, wordt vastgelegd welke voorzieningen het
college in ieder geval kan aanbieden.
2. Het college kan aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden, in aanvulling op de
verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de IOAW, de IOAZ, en voorzover van toepassing de (ontwerp)Wet Participatiebudget, de Wsw en de WI, en deze verordening.
en deze verordening.
3. Het college kan een voorziening beëindigen indien:
a. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen niet nakomt als is
omschreven in artikel 4:1, eerste lid van deze verordening;
b. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
c. de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid
aanvaardt;
d. naar het oordeel van het college de aangeboden voorziening niet of onvoldoende bijdraagt aan
de arbeidsinschakeling van de belanghebbende;
e. de belanghebbende niet of niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening.
4. Het college kan een voorziening eveneens beëindigen indien de door het college afgegeven
indicatiebeschikking of her-indicatiebeschikking, door het college is ingetrokken op grond van
artikel 12, derde lid Wsw.
5. In afwijking van het derde lid onderdeel c. kan het college afzien van het beëindigen van een
voorziening indien het college van oordeel is dat daartoe de noodzaak aanwezig is.
6. a. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de aangeboden voorzieningen.
b. Het college kan bepalen dat een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt
aangeboden.
7. De regels, als bedoeld in het zesde lid, kunnen in ieder geval betrekking hebben op de:
a. voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
b. weigeringsgronden van een voorziening;
c. aanvraag van, en de besluitvorming over een voorziening;
d. betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten op deze subsidies;
e. wijze van verlening en vaststelling van subsidies;
f. overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verlenen van subsidies.
8.a. indien een niet-uitkeringsgerechtigde, als bedoeld in artikel 6,eerste lid, onderdeel a WWB,
aanspraak maakt op ondersteuning of een voorziening, kan het college een bijdrage aan het recht op ondersteuning of een voorziening verbinden; b. het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de hoogte en de grondslag van de in onderdeel a. genoemde eigen bijdrage
HOOFDSTUK 3:
Artikel 3:1
– Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratieverordening 2009