1. Een belanghebbende die deelneemt aan een voorziening is gehouden tenminste te voldoen aan
de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de IOAW, de IOAZ, de Wet Structuur Uitvoering
Werk en Inkomen, en voor zover van toepassing de Wsw en de WI, deze verordening, alsmede
aan de voorwaarden die het college op grond van artikel 3:1, tweede lid, aan de aangeboden
voorziening heeft verbonden.
2. De nader aan de voorziening verbonden voorwaarden worden in de van toepassing zijnde
beleidsregels omschreven.
3. a. Het college verlaagt de uitkering, conform hetgeen hierover is bepaald in de
Afstemmingsverordening 2009, indien een uitkeringsgerechtigde aan wie algemene bijstand
krachtens de wet wordt verleend en die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan de,
verplichtingen en voorwaarden welke krachtens artikel 3:1, tweede lid van deze verordening,
aan een voorziening verbonden zijn;
b Het college legt een maatregel op, conform hetgeen hierover is bepaald in het
Maatregelenbesluit Abw, IOAW en IOAZ, indien een uitkeringsgerechtigde, aan wie een
uitkering wordt verstrekt krachtens de IOAW of IOAZ en die deelneemt aan een voorziening,
niet voldoet aan de verplichtingen en voorwaarden welke krachtens artikel 3:1, tweede lid van
deze verordening, aan een voorziening verbonden zijn.
4. Indien een belanghebbende, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een
voorziening, niet voldoet aan de verplichtingen of voorwaarden die zijn verbonden aan een
voorziening, kan het college op grond van hetgeen daartoe met belanghebbende en het college in
een trajectovereenkomst is overeengekomen, verzoeken tot terugbetaling van de door het college tot dan voor de aangeboden voorziening gemaakte kosten.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 4:1
– Verplichtingen van de belanghebbende
Onderdeel van Reïntegratieverordening 2009