Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening Reclamebelasting 2015

De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: die in opdracht van de publiekrechterlijke rechtspersonen zijn geplaatst ter uitoefening van hun publiekrechtelijke taak; die uitsluitend dienen ten behoeve van de regulering van het verkeer; door (semi) overheden of culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; voor tijdelijke activiteiten met niet-commerciële doeleinden; die korter dan 13 weken aanwezig zijn; op zuilen, borden en muren of andere constructies, aangewezen door het bevoegde bestuursorgaan van een publiekrechterlijk lichaam; die zich bevinden binnen in een bedrijf, met uitzondering van openbare aankondigingen die zijn aangebracht direct op, aan of tegen de binnenzijde van een glazen scheidingsconstructie; op bouwterreinen voor zover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; aangebracht op een voertuig of (lucht)vaartuig, tenzij deze kennelijk in hoofdzaak (70% of meer) zijn bestemd voor openbare aankondigingen met een verkoop- of verhuur bevorderend karakter; die met vermelding van een tussenpersoon zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende woonruimten, roerende bedrijfsruimten of onroerende zaken; op sportcomplexen; aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen, waarbij de openbare aankondiging uitsluitend bevat een aanduiding van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan; aangebracht op parasols die zijn geplaatst op een terras bij een horecaonderneming.

Rechtspraak bij dit artikel