Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 28

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2013

1.. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerp-begroting op voor het volgende kalenderjaar en brengt de op basis van deze ontwerpbegroting berekende, door de gemeenten te betalen, bijdrage voor het volgende kalenderjaar vóór 1 april ter kennis van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. 2.. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 1 juli, nadat de raden van de deelnemende gemeenten overeenkomstig artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen hun zienswijze naar voren hebben kunnen brengen, de begroting voor het komende kalenderjaar vast. 3.. De begroting gaat vergezeld van een duidelijke toelichting en van een meerjarenraming voor het betreffende begrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren. 4.. De begroting vermeldt de door elke gemeente verschuldigde bijdragen voor het begrotingsjaar. 5.. Na de vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 7.. Op wijzigingen van de begroting, waaronder ook verschuivingen tussen uitgavenposten binnen de begroting, zijn de voorafgaande bepalingen in dit artikel van overeenkomstige toepassing, tenzij de wijziging niet leidt tot een verhoging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel