De rechtspersoon met een overheidstaak kande wet in beginsel toepassen met betrekking tot vastgoedtransacties zoals bedoeld in artikel 1 onder f, waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, zal de rechtspersoon met een overheidstaak de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.
In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen. Op basis van de uitkomsten van een Bibob-onderzoek kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.
De Bibob-toets wordt in beginsel beperkt tot de gevallen, die een of meerdere van onderstaande kenmerken hebben:
Hoge mate van financiële complexiteit;
Behorend tot de benoemde risicocategorie;
Behorend tot een als zodanig door College van Burgemeester en wethouders benoemd risicogebied;
Hoge mate van complexiteit met betrekking tot de bedrijfsstructuur;
Exceptioneel financieel risico voor de gemeente.
Het besluit tot uitvoering van het Bibob-onderzoek kan daarnaast ook gebaseerd zijn op:
eigen ambtelijke informatie en/of
informatie verkregen van het Bureau en/of
informatie verkregen vanuit het OM conform artikel 26 van de wet(OM-tip) en/of
informatie verkregen van een of meerdere partners binnen het samenwerkings verband RIEC.
Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, wordt hieromtrent een ontbindende voorwaarde opgenomen.
Paragraaf 3:
Artikel 3.1
Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties
Onderdeel van Beleidsregel Wet Bibob 2014