**1..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die
gedraging door het college heeft plaatsgevonden; of
belanghebbende inmiddels geen bijstand of uitkering meer
ontvangt, tenzij de belanghebbende binnen een periode van 6
maanden na de datum van de beëindigingsbeschikking opnieuw
bijstand of uitkering gaat ontvangen. In dat geval wordt een
besluit genomen over het alsnog toepassen dan wel afzien van
een maatregel op dat moment; of
het college dringende redenen aanwezig acht.
**2..** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
grond van het bepaalde in het eerste lid onder d, wordt daarvan aan
de belanghebbende schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Verordening Participatiewet 2015