Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover
personen en instanties die zijn belast met de uitvoering van de
wet als bedoeld in artikel 9, zesde lid van die wet, wordt een
maatregel opgelegd van ten minste 30% van de bijstandsnorm
gedurende één maand.
Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na een
gedraging als bedoeld in het eerste lid opnieuw schuldig maakt
aan een dergelijke gedraging, wordt een verlaging toegepast van
ten minste 50% gedurende twee maanden. De hoogte van de
maatregel is in ieder geval niet lager dan de maatregel zoals
bedoeld in het eerste lid.
In die gevallen dat belanghebbende zich binnen een periode van
twaalf maanden na vaststelling van de vorige verwijtbare
gedraging zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, voor een
derde of volgende keer schuldig maakt aan een dergelijke
verwijtbare gedraging, wordt minimaal de laatst opgelegde
maatregel verdubbeld. Daarbij wordt in eerste instantie de
hoogte van de maatregel verdubbeld. Is dit niet mogelijk dan
wordt de duur van de eerder opgelegde maatregel verdubbeld.
Hoofdstuk 4:
Artikel 15:
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening participatiewet 2015