Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
college wordt, voor zover het de uitvoering van de IOAW en IOAZ
betreft, een maatregel opgelegd van ten minste 30% van de
uitkering gedurende één maand.
Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na een
gedraging als bedoeld in het eerste lid opnieuw schuldig maakt
aan een dergelijke gedraging, wordt een verlaging toegepast van
ten minste 50% gedurende twee maanden. De hoogte van deze
maatregel is ten minste gelijk aan de maatregel die eerder werd
opgelegd op grond van het eerste lid.
In die gevallen dat belanghebbende zich binnen een periode van
twaalf maanden na vaststelling van de vorige verwijtbare
gedraging zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, voor een
derde of volgende keer schuldig maakt aan een dergelijke
verwijtbare gedraging, wordt laatst opgelegde maatregel minimaal
verdubbeld. Daarbij wordt in
Hoofdstuk 2:
Artikel 12:
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW en IOAZ 2015