Het college kan een belanghebbende op grond van de artikelen 9,
eerste lid, onderdeel c van de Participatiewet, 37, eerste lid,
onderdeel f van de IOAW en artikel 37, eerste lid, onderdeel f van
de IOAZ een tegenprestatie naar vermogen opdragen.
De tegenprestatie naar vermogen bestaat uit onbeloonde
maatschappelijk nuttige werkzaamheden met een additioneel karakter,
die:
niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;
niet zijn bedoeld om participatie te bewerkstelligen;
worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid;
niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
Bij het bepalen van de aard, de duur en de omvang van de
tegenprestatie houdt het college rekening met de individuele
omstandigheden van de belanghebbende.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Opdragen en inhoud van een tegenprestatie naar vermogen
Onderdeel van Verordening tegenprestatie participatiewet, IOAW en IOAZ 2015