Indien het bezit van de belanghebbende minder bedraagt dan 3 maal de
bijstandsnorm die op hem of zijn gezin van toepassing is, dan
verrekent het college de recidiveboete gedurende 1 maand, rekening
houdend met 50% van de beslagvrije voet. De verrekening vindt plaats
direct vanaf het moment dat de bestuurlijke boete is opgelegd.
Direct na de verrekening zoals beschreven in het eerste lid,
verrekent het college de bestuurlijke recidiveboete in de
daaropvolgende 2 maanden zodanig dat de belanghebbende blijft
beschikken over een inkomen van 80% van de bijstandsnorm die op hem
en/of diens gezin van toepassing is.
Bij die middelen horen naast de uitkering ook de gedeeltelijke
vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in artikel 31,
tweede lid, onder n en r van de Participatiewet .
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Verrekenen met beslagvrije voet bij geen of onvoldoende bezit
Onderdeel van Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015