Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verordening Stimuleringsfonds Stedelijke Vernieuwing Delft 2015

1.. De aanvraag om toekenning van een stimuleringslening wordt door de aanvrager op een door het college beschikbaar gesteld formulier bij het college ingediend. 2.. De aanvrager moet bij de aanvraag aantonen dat het verstrekken van de stimuleringslening noodzakelijk is om de werkzaamheden voor stedelijke vernieuwing te kunnen uitvoeren. 3.. De aanvraag bevat naast het aanvraagformulier: een omschrijving van de te treffen werkzaamheden en een planning van de uitvoering ervan; een offerte of begroting van de kosten van de te treffen werkzaamheden; voor zover van toepassing een kopie van bewijs van eigendom of een afschrift van de akte van splitsing; alle overige bescheiden en gegevens die van belang kunnen zijn voor een juiste beoordeling van de aanvraag. 4.. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen twee weken. Indien de aanvraag niet alle gegevens bevat die het college voor het nemen van een beslissing noodzakelijk acht, stelt het college de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. 5.. Het college beslist op de aanvraag middels een voorlopige toekenning binnen acht weken na indiening van een volledige aanvraag. Het college kan zijn beslissing één maal met ten hoogste acht weken verdagen. 6.. Op basis van de toewijzingsbrief kan de aanvrager bij het SVn een aanvraag doen voor uitbetaling van de stimuleringslening. De aanvrager ontvangt daartoe van de gemeente bij de toewijzingsbrief een aanvraagformulier. 7.. De stimuleringslening wordt door de SVn en de aanvrager vastgelegd in een onderhandse akte ook wel leningovereenkomst genoemd. 8.. Vóórdat de leningsovereenkomst wordt afgesloten, worden de benodigde productspecificaties en verdere toelichting uit de in artikel 9 genoemde informatiemap door SVn aan de aanvrager uitgereikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel