Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de voorgaande WMO-verordeningen, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.
Een cliënt houdt recht op een lopende pgb verstrekt op grond van de voorgaande WMO-verordeningen tot 1 januari 2016 of zoveel eerder dan de beschikking afloopt in 2015.
Aanvragen die zijn ingediend onder de WMO-verordening 2013 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.
Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de WMO-verordening 2013 en de Re-integratieverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz Haarlemmermeer 2012, wordt beslist met inachtneming van die verordening.
Een cliënt die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de Re-integratieverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz Haarlemmermeer 2012, die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Re-integratieverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz Haarlemmermeer 2012 voor de duur:
van 12 maanden, gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, of
dat deze is verstrekt, als dat korter is dan 12 maanden.
De Re-integratieverordening WWB, IOAW, IOAZ en Bbz Haarlemmermeer 2012 blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het vijfde lid.
Het college kan na afloop van de 12 maanden, genoemd in lid 5, onderdeel a besluiten of een voorziening wordt voortgezet op basis van de
nieuwe wet.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.
Artikel 75.